Wat doet het College?

Toezichthoudende taken

Het College ziet erop toe dat collectieve beheersorganisaties:
a. aan rechthebbenden en betalingsplichtigen voldoende inzicht verschaffen in hun algemene en financiële beleid (deze personen kunnen bijvoorbeeld behoefte hebben aan informatie over wat er met de betaalde vergoedingen is gebeurd en welk deel daarvan ook daadwerkelijk wordt verdeeld);
b. voldoende zijn toegerust om hun taken naar behoren te kunnen uitoefenen (het College kan bijvoorbeeld adviseren om de interne gang van zaken aan te passen als een optimale taakuitoefening wordt belemmerd, of om tot betere samenwerking te komen met andere organisaties);
c. de door hen geïnde vergoedingen op rechtmatige wijze verdelen over de rechthebbenden overeenkomstig het repartitiereglement (dit toezicht richt zich met name op de juiste en tijdige verdeling van de vergoedingen tegen redelijke beheerskosten);
d. bij de uitoefening van hun werkzaamheden voldoende rekening houden met de belangen van betalingsplichtigen (zoals het belang bij een duidelijke en gemotiveerde opgave van de hoogte van de verschuldigde vergoeding);
e. deugdelijke geschillenregelingen voor rechthebbenden kennen;
f. gelijke gevallen op gelijke wijzen behandelen;
g. transparante tariefstructuren hanteren (hierbij gaat het niet om de vraag of de hoogte van het tarief juist of redelijk is, maar of de wijze waarop het tarief is samengesteld kenbaar en transparant is).

Goedkeuring verlenen aan bepaalde besluiten van collectieve beheersorganisaties

De volgende besluiten van de Stichting Leenrecht, Stichting Reprorecht, Stichting De Thuiskopie en Sena zijn onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke goedkeuring door het College:
a. een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding;
b. een besluit tot benoeming van een accountant;
c. een besluit tot vaststelling of wijziging van modelovereenkomsten met rechthebbenden betreffende de uitoefening en handhaving van auteursrechten of naburige rechten;
d. een besluit tot vaststelling of wijziging van andere modelovereenkomsten en reglementen die de uitoefening van de aan de collectieve beheersorganisatie opgedragen taak betreffen.

Wanneer de hierboven genoemde besluiten worden genomen door Buma, dan behoeven deze niet de voorafgaande schriftelijke goedkeuring door het College. De wetgever heeft hiervoor gekozen omdat Buma, anders dan de andere collectieve beheersorganisaties waarop toezicht plaatsvindt, een vereniging is. Binnen deze verenigingstructuur zullen de leden (met name componisten en tekstdichters) deze besluiten van Buma moeten toetsen. Dit kan bijvoorbeeld via de algemene ledenvergadering gebeuren.

Goedkeuring verlenen aan repartitiereglementen

De reglementen ten aanzien van de verdeling van geïnde vergoedingen (repartitiereglementen) van de volgende collectieve beheersorganisaties zijn onderworpen aan goedkeuring door het College:

  • Stichting Leenrecht (zie artikel 15f, derde lid, Auteurswet 1912 en artikel 15a, derde lid, Wet op de naburige rechten);
  • Stichting De Thuiskopie (zie artikel 16d, eerste lid, Auteurswet 1912 );
  • Stichting Reprorecht (zie artikel 16l, derde lid, Auteurswet 1912 );
  • Sena (zie artikel 15, derde lid, Wet op de naburige rechten).