Wat doet het College wel en niet?

 

Wat doet het College?

Toezichthoudende taken

Het College ziet erop toe dat collectieve beheersorganisaties:

  1. aan rechthebbenden en betalingsplichtigen voldoende inzicht verschaffen in hun algemene en financiële beleid (deze personen kunnen bijvoorbeeld behoefte hebben aan informatie over wat er met de betaalde vergoedingen is gebeurd en welk deel daarvan ook daadwerkelijk wordt verdeeld);
  2. voldoende zijn toegerust om hun taken naar behoren te kunnen uitoefenen (het College kan bijvoorbeeld adviseren om de interne gang van zaken aan te passen als een optimale taakuitoefening wordt belemmerd, of om tot betere samenwerking te komen met andere organisaties);
  3. de door hen geïnde vergoedingen op rechtmatige wijze verdelen over de rechthebbenden overeenkomstig het repartitiereglement (dit toezicht richt zich met name op de juiste en tijdige verdeling van de vergoedingen tegen redelijke beheerskosten);
  4. bij de uitoefening van hun werkzaamheden voldoende rekening houden met de belangen van betalingsplichtigen (zoals het belang bij een duidelijke en gemotiveerde opgave van de hoogte van de verschuldigde vergoeding);
  5. deugdelijke geschillenregelingen voor rechthebbenden kennen;
  6. gelijke gevallen op gelijke wijzen behandelen;
  7. een doelmatig financieel beleid voert en de geïnde vergoedingen in de drie kalenderjaren volgend op het kalenderjaar van inning onder de rechthebbenden verdeelt;
  8. streeft naar beperking van de beheerskosten voor de inning;
  9. met alle collectieve beheersorganisaties aan wie een betalingsplichtige een vergoeding is verschuldigd een gezamenlijke jaarlijkse factuur opstelt en uitreikt aan die betalingsplichtige.

 

Goedkeuring verlenen aan bepaalde besluiten van collectieve beheersorganisaties

De volgende besluiten van de collectieve beheersorganisaties zijn onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke goedkeuring door het College:

  1. een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding;
  2. een besluit tot vaststelling of wijziging van reglementen of modelovereenkomsten betreffende de uitoefening en handhaving van auteursrechten of naburige rechten;
  3. een besluit tot verhoging van de tarieven anders dan ingevolge een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen indexering, overeenkomsten daaromtrent met representatieve organisaties van betalingsplichtigen of toegenomen gebruik van beschermde werken.

 

Wat doet het College niet?

Geen klachtorgaan

Het College is een toezichthouder en geen klachtorgaan van de collectieve beheersorganisaties. Ook het bemiddelen in conflicten tussen bijvoorbeeld gebruikers van werken en collectieve beheersorganisaties is geen taak van het College. Voor meer informatie over de behandeling van individuele klachten en geschillen wordt verwezen naar de website van VOI©E, de branchevereniging van de collectieve beheersorganisaties: http://voice-info.nl.

Wel kunnen belanghebbenden het CvTA (o.a. rechthebbenden, gebruikers/betalingsplichtigen) het CvTA wijzen op inbreuken of overtredingen van vereisten waaraan de collectieve beheersorganisaties dienen te voldoen volgens de Wet toezicht Collectieve Beheersorganisaties. De procedure die het CvTA hierbij hanteert is onder Meldingen & Klachten opgenomen.

Geen mededingingstoezicht

Het College oefent geen toezicht uit op collectieve beheersorganisaties, voor zover toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Consument en Markt (ACM, voorheen de Nederlandse Mededingingsautoriteit). Wanneer gedragingen van collectieve beheersorganisaties misbruik van een economische machtspositie vormen of leiden tot verhindering, beperking of vervalsing van mededinging, kunnen belanghebbenden de ACM op deze gedragingen wijzen. De toezichthoudende taken van het College en de ACM zijn complementair, waardoor ieders optreden zich zal richten op verschillende aspecten van het functioneren van een beheersorganisatie. Er kan samenloop van toezicht zijn, maar dan telkens vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende aspecten. Zo zal het bijvoorbeeld op de weg van de ACM liggen om zich te buigen over de vraag of door beheersorganisaties gehanteerde tarieven misbruik vormen in de zin van de Mededingingswet zijn en zal het eerder aan het College zijn om zich te buigen over de vraag of tarieven voldoende transparant en kenbaar zijn. Tussen het College en de ACM zijn werkafspraken gemaakt over de afbakening van taken, het zonodig gezamenlijk optreden in specifieke situaties en het elkaar tijdig op de hoogte brengen van zaken die overlappen met of raken aan het taakgebied van de ander. In deze werkafspraken is bevestigd dat toezicht dat uitsluitend of in overwegende mate betrekking heeft op de hoogte en totstandkoming van de tarieven onder de verantwoordelijkheid van de ACM valt.

Contact

CvTA
Herengracht 566
1017 CH Amsterdam

Postbus 15072
1001 MB Amsterdam

T 020 30 30 261
info@cvta.nl