Het College houdt toezicht op de vijf zogenoemde collectieve beheersorganisaties: Buma, Leenrecht, Reprorecht, Sena en Thuiskopie. Op andere dan deze organisaties houdt het College in beginsel geen toezicht. Wanneer andere organisaties betrokken zijn bij de verdeling van vergoedingen door de vijf collectieve beheersorganisaties waarop het College wel toezicht houdt, vallen zij indirect (namelijk via de vijf collectieve beheersorganisaties) wel onder het toezicht.
Het College is een toezichthouder en geen klachtorgaan van de collectieve beheersorganisaties. Ook het bemiddelen in conflicten tussen bijvoorbeeld gebruikers van werken en collectieve beheersorganisaties is geen kerntaak van het College. De wetgever heeft aan het College wel bemiddelingsbevoegdheden toegekend, vanuit de gedachte dat toezicht houden en bemiddelen niet onverenigbare activiteiten zijn. Voorop staat echter dat partijen in eerste instantie onderling tot een vergelijk moeten komen. Daartoe is het van belang dat beheersorganisaties een klachtenprocedure hanteren. Op grond van artikel 14, tweede lid, van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten kunnen belanghebbenden zich tot het College wenden, indien de interne geschillenregeling van een beheersorganisatie is doorlopen. De wet stelt daarmee een procedurele voorwaarde aan de behandeling van een klacht door het College, zodat geschillen die daarvoor in aanmerking komen zoveel mogelijk in eigen huis worden opgelost.
Het College oefent geen toezicht uit op collectieve beheersorganisaties, voor zover toezicht wordt uitgeoefend door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Wanneer gedragingen van collectieve beheersorganisaties misbruik van een economische machtspositie vormen of leiden tot verhindering, beperking of vervalsing van mededinging, kunnen belanghebbenden de NMa op deze gedragingen wijzen. De toezichthoudende taken van het College en de NMa zijn complementair, waardoor ieders optreden zich zal richten op verschillende aspecten van het functioneren van een beheersorganisatie. Er kan samenloop van toezicht zijn, maar dan telkens vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende aspecten. Zo zal het bijvoorbeeld op de weg van de NMa liggen om zich te buigen over de vraag of door beheersorganisaties gehanteerde tarieven misbruik vormen in de zin van de Mededingingswet zijn en zal het eerder aan het College zijn om zich te buigen over de vraag of tarieven voldoende transparant en kenbaar zijn. Tussen het College en de NMa zijn werkafspraken gemaakt over de afbakening van taken, het zonodig gezamenlijk optreden in specifieke situaties en het elkaar tijdig op de hoogte brengen van zaken die overlappen met of raken aan het taakgebied van de ander. In deze werkafspraken is bevestigd dat toezicht dat uitsluitend of in overwegende mate betrekking heeft op de hoogte en totstandkoming van de tarieven onder de verantwoordelijkheid van de NMa valt.