Naast de genoemde vijf collectieve beheersorganisaties zijn er nog vele andere organisaties die zich bezighouden met het innen, beheren en verdelen van vergoedingen voor auteursrechthebbenden en rechthebbenden op naburige rechten. Zij zijn geen collectieve beheersorganisaties in de zin van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan Stemra (voor het vastleggen en verveelvoudigen van muziek; de mechanische rechten), Stichting Lira (voor vergoedingen voor literaire auteurs, bewerkers, vertalers en scenarioschrijvers) en de Pictoright (voor de rechten van visuele kunstenaars zoals kunstschilders).
Het College houdt op deze andere organisaties in beginsel geen toezicht, omdat zij niet beschikken over een monopolie dat hun is toegekend door de wetgever. Wanneer deze andere organisaties betrokken zijn bij de verdeling van vergoedingen door de vijf collectieve beheersorganisaties waarop het College wel toezicht houdt, vallen zij indirect (namelijk via de vijf collectieve beheersorganisaties) onder het toezicht.
Daarnaast is van belang dat de vijf collectieve beheersorganisaties alleen onder het toezicht door het College vallen voor zover zij de aan hen exclusief krachtens de wet opgedragen taken uitoefenen. Buma en Sena leggen zich daarnaast bijvoorbeeld ook toe op collectief beheer dat buiten de hun wettelijk opgedragen taken ligt (vrijwillig collectief beheer). Dat deel van hun werkzaamheden valt dan ook niet onder het toezicht.