Het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten is als volgt samengesteld:
drs. J.W. Holtslag
mr. J.L.R.A. Huydecoper
drs. M. Sanders
H.B. van der Veen RA
mr. H.F.R. van Heemstra
De voorzitter en leden van het CvTA oefenen hun werkzaamheden voor het College slechts voor een gedeelte van hun tijd uit. Zij zijn daarnaast vaak als (bestuurs)leden betrokken bij andere organisaties. Daardoor is het welhaast onvermijdelijk dat zij uit hoofde van een andere functie (een nevenfunctie) op enigerlei wijze te maken kunnen krijgen met de werkzaamheden van een collectieve beheersorganisatie. Het enkele feit dat zij in een dergelijke nevenfunctie te maken kunnen krijgen met een collectieve beheersorganisatie, betekent evenwel niet automatisch dat er sprake is van onverenigbaarheid van functies.
Van leden van het College wordt verlangd dat zij geen nevenfuncties bekleden die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid en vertrouwen daarin. Bij onverenigbare functies moet onder meer worden gedacht aan financiële of bestuurlijke belangen bij een collectieve beheersorganisatie of een adviserende functie bij zo’n organisatie. Hetzelfde geldt voor zodanige belangen of functies bij een vertegenwoordigende organisatie van vergoedingsplichtigen of rechthebbenden. Het gaat hierbij om functies die een rechtstreekse relatie hebben met (de taakuitoefening van) een collectieve beheersorganisatie, een organisatie van rechthebbenden of een organisatie van betalingsplichtigen. Daar komt bij dat een bestuursorgaan ook in algemene zin gehouden is ertegen te waken dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijke belang bij een besluit zouden kunnen hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Wanneer organisaties, waarvoor een lid van het College een functie vervult, op enig moment rond een bepaald onderwerp te maken krijgen met een onder het toezicht vallende collectieve beheersorganisatie, past het dat het betrokken lid zich op voorkomende momenten terugtrekt uit de beraadslagingen en besluitvorming omtrent dat onderwerp door het College.
Hetzelfde geldt indien nauwe familiebetrekkingen met vertegenwoordigers van collectieve beheersorganisaties aan de orde (kunnen) zijn. Het enkele feit dat er sprake is van een familiebetrekking brengt niet automatisch mee dat er sprake is van onverenigbaarheid van posities. Wanneer een familiebetrekking wel tot (de schijn van) belangenverstrengelingen rond een bepaald onderwerp zou kunnen leiden, dient het betrokken lid zich te onttrekken van de beraadslagingen en de besluitvorming door het College omtrent dat onderwerp.